Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB vanaf 3.0

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is voor mkb-ondernemers die door de coronamaatregelen meer dan 30% omzet verliezen*, en problemen hebben bij het doorbetalen van de (doorlopende) vaste lasten. De TVL is afkomstig uit Noodpakket 2.0 en onder Noodpakket 3.0 en verder verlengd. Oorspronkelijk stond de TVL enkel open voor horeca, recreatie etc. De TVL staat vanaf Q4-2020 open voor alle getroffen ondernemers, onafhankelijk van de SBI.

Subsidieperioden

De TVL bestaat uit verschillende subsidieperioden. Bedrijven die aan de voorwaarden van de TVL voldoen, moeten voor iedere periode een nieuwe aanvraag doen.

  • Subsidieperiode 1 loopt t/m 30-09-2020 (afkomstig uit noodpakket 2)
  • Subsidieperiode 2 loopt van 01-10-2020 t/m 31-12-2020 (kwartaal 4 – 2020) –> TVL 3.1
  • Subsidieperiode 3 loopt van 01-01-2021 t/m 31-03-2021 (kwartaal 1 – 2021) –> TVL 3.2
  • Subsidieperiode 4 loopt van 01-04-2021 t/m 30-06-2021 (kwartaal 2 – 2021) –> TVL 3.3
  • Subsidieperiode 5 loopt van 01-07-2021 t/m 30-09-2021 (kwartaal 3 – 2021)
  • Subsidieperiode 6 loopt van 01-10-2021 t/m 31-12-2021 (kwartaal 4 – 2021)
  • Subsidieperiode 7 loopt van 01-01-2022 t/m 31-03-2022 (kwartaal 1 – 2022)

Voorwaarden

Bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de vaste kosten en de mate van omzetderving een tegemoetkoming in de vaste lasten. De belangrijkste voorwaarden:

  • De omzetderving moet ten minste 30% zijn.
    • Voor de TVL Q4-2020 (TVL 3.1) betekent dit dat de omzet Q4-2020 minimaal 30% minder is dan de omzet over Q4-2019.
    • Voor de TVL Q1-2021 (TVL 3.2) betekent dit dat de omzet Q1-2021 minimaal 30% minder is dan de omzet over Q1-2019.
    • Voor de TVL Q2-2021 (TVL 3.3) betekent dit dat de omzet Q2-2021 minimaal 30% minder is dan de omzet over Q2-2019 of Q3-2020 (keuze)
    • Voor de TVL Q3-2021 betekent dit dat de omzet Q3-2021 minimaal 30% minder is dan de omzet over Q3-2019 of Q3-2020 (keuze)
    • Voor de TVL Q4-2021 betekent dit dat omzet Q4-2021 minimaal 20% minder is dan de omzet over Q4-2019 of Q1-2020 (keuze)
    • Voor de TVL Q1-2022 betekent dit dat de omzet Q1-2021 minimaal 30% minder is dan de omzet over Q1-2019 of Q1-2020 (keuze)
  • Heeft u zich tussen 1 januari 2019 en 29 februari 2020 ingeschreven dan wijkt het referentiekwartaal mogelijk af van bovengenoemde (zie hiervoor de site van het RVO)
  • Het aandeel vaste lasten wordt berekend met de normale kwartaalomzet en het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code hoort. Voor de TVL tijdvakken in 2021 moeten de vaste lasten op basis van deze berekening minimaal €1.500,- zijn.
  • Minimaal één vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres van de eigenaar/eigenaren. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang. (uitzonderingen hierop zijn er o.a. voor horecaondernemingen)

De berekening

Normale (referentie) omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten SBI in % x subsidie % = hoogte subsidie

  • Normale omzet: omzet in referentiekwartaal
  • Omzetverlies in %: verschil tussen omzet in betreffende kwartaal t.o.v. referentiekwartaal
  • Aandeel vaste lasten: dit is een percentage zoals bekend bij de CBS op basis van de SBI-code van de hoofdactiviteit
  • Subsidiepercentage: voor de TVL Q4-2020 is dit minimaal 50%, voor de TVL Q1-2021 is dit een vast percentage van 85% en voor TVL Q2-2021, Q3-2021, Q4-2021 en Q1-2022 is dit 100%.

NB: Verplicht gesloten eet- en drinkgelegenheden krijgen bij de TVL Q4-2020 een eenmalige opslag “Horeca Voorraad en Aanpassingen (HVA)”. Verplicht gesloten non-food detailhandel krijgen bij TVL Q4-2020 en TVL Q1-2021 een opslag bovenop de TVL subsidie “Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD) ”

De Aanvraag – een voorschot

Aanvragen kunnen ingediend worden bij de RVO. Hiervoor is E-herkenning niveau 1 of Digid nodig. U heeft bij het indienen van de aanvraag “bewijsdocumenten nodig”. Een voorbeeld hiervan is de aangifte omzetbelasting van de referentieperiode. Na het invullen van de gevraagde gegevens, wordt de verwachte tegemoetkoming en het voorschot berekend. Na goedkeuring ontvangt u een voorschot van 80%.

NB: voor “startende” ondernemingen is er vanaf TVL Q2-2021 bij de aanvraag van € 25.000 subsidie of meer een derdenverklaring nodig.

NB: voor ondernemingen die een aanvraag doen voor een subsidie van € 125.000 of meer is er bij de aanvraag van TVL Q2-2021 (en verder) een rapport van feitelijke bevindingen nodig. Ook bij de vaststelling heeft u mogelijk een accountantsproduct nodig.

Definitieve vaststelling

U ontvangt een verzoek van de RVO om de definitieve omzet door te geven. Na het doorgeven ontvangt u binnen 16 weken bericht over de definitieve vaststelling. Afhankelijk van het gekregen voorschot en de definitieve berekening, dient u een bedrag te betalen of krijgt u een bedrag terug.

Bij de TVL 2021 is mogelijk een verklaring vereist. Op dit moment is bekend dat in de volgende situaties een verklaring vereist is*:

  • MKB Ondernemingen
    • Vaststelling TVL Q1 / Q2 / Q3 / Q4 en een subsidie > 125.000 = rapport feitelijke bevindingen conform NV COS 4400N (bij controleplichtig samenstelverklaring conform 4416N )
    • Aanvraag TVL Q2 / Q3 / Q4 en een subsidie > 125.000 = rapport feitelijke bevindingen conform NV COS 4400N
  • Aanvulling voor startende ondernemingen
    • Aanvraag TVL Q2 / Q3 / Q4 > 25.000 = derdenverklaring

*per tijdvak en per type verzoek (aanvraag / vaststelling) is een aparte verklaring vereist.

Menu