Hoge Raad inzake box 3

Op donderdag 6 juni heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in enkele procedures omtrent de heffing in box 3. Het ging er hierbij om of het rechtsherstel dat geboden is voor box 3 in de jaren 2017-2022 voldoende is. De Hoge Raad oordeelt dat de Wet rechtsherstel box 3 voor de jaren 2017 – 2022 nog steeds het verdragsrechtelijke discriminatieverbod en het eigendomsgrondrecht schendt als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Ditzelfde geldt voor de Overbruggingswet die vanaf 2023 geldt. Lees hier meer over het verloop van de box 3 heffing en eventuele benodigde acties.

Het verloop van de box 3 heffing

Sinds 2017 werd voor de belasting op het box 3-vermogen uitgegaan van een veronderstellende samenstelling van het vermogen. In het Kerstarrest in 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het box-3-stelsel vanaf 2017 een inbreuk vormde op het discriminatieverbod uit het EVRM indien het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De wetgever heeft toen de Wet Rechtsherstel box 3 geïntroduceerd. Deze gold voor de jaren 2017-2022. In dit Rechtsherstel kijkt de wetgever naar de werkelijke verdeling van het vermogen onderverdeeld in: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor iedere vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendement. De forfaitaire rendementen worden jaarlijks, achteraf, vastgesteld. Voor de jaren tussen 2023 en de invoering van een nieuwe wet geldt de Overbruggingswet. De systematiek van de Overbruggingswet is grotendeels vergelijkbaar met de herstelwet. Dus belasting op basis van forfaitaire rendementen op de categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Over enkele jaren (waarschijnlijk 2027) komt er een belastingheffing op basis van werkelijke rendementen.

De uitspraak

De Herstelwet rekent nog altijd met forfaitaire rendementen. Daarom is de vraag gesteld of de Herstelwet niet nog steeds in strijd is met Europees recht. En hierbij genoemd bezwaar is de ongelijke behandeling van “succesvolle en minder succesvolle” beleggers. Op 6 juni jl. deed de Hoge Raad uitspraak:

Voor bezittingen, niet zijnde banktegoeden, leidt het systeem nog steeds tot schending van het discriminatieverbod. Dit geldt voor de situaties waarbij het forfaitair rendement hoger is dan het werkelijke rendement. De Hoge Raad heeft zich hierbij meteen uitgesproken over de Overbruggingswet en komt hiervoor tot dezelfde conclusie.

Als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement moet naar het oordeel van de Hoge Raad rechtsherstel worden verleend. De bewijslast ligt bij de belastingplichtige. De belastingplichtige moet op basis van feiten en omstandigheden aannemelijk maken dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.

Werkelijke rendement?

Een belangrijke vraag hierbij is: Wat is het werkelijke rendement? Over een aantal regels heeft de Hoge Raad zich al uitgesproken:

  • Voor het werkelijke rendement wordt gekeken naar het gehele box 3 vermogen. Dus inclusief bank- en spaartegoeden. Daarnaast wordt er voor de bepaling van het rendement geen rekening gehouden met het heffingsvrije vermogen. Het gaat dus om het rendement op het totaal saldo van het box 3, voor aftrek van het heffingsvrije vermogen.
  • Het gaat om het werkelijke rendement op alle vermogensbestandsdelen (box 3) die de belastingplichtige gedurende het jaar heeft gehad. Het gaat dus niet alleen om de vermogensbestandsdelen die er op 1 januari waren. Voorbeeld: het rendement op bitcoins die in februari zijn aangekocht en in juni verkocht, telt ook mee.
  • Het gaat om nominaal rendement. Met inflatie wordt geen rekening gehouden
  • Het gaat om directe opbrengsten (zoals rente, dividend, huur) en om (on) gerealiseerde positieve en negatieve waardestijgingen. Hierbij mag geen rekening worden gehouden met een kostenaftrek. Bij de waardestijging gaat het om stijgingen gedurende het jaar. Naar welke “waarden” er wordt gekeken, is nog niet bekend.
  • Er is geen verliesverrekening mogelijk over de jaargrenzen heen.

Het vaststellen van het werkelijke rendement is dus geen eenvoudige opgave. Zo is er meer nodig dan enkele de saldo’s en waarden per begin en einde jaar. Omdat zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardestijgingen meetellen kan het zomaar zijn dat het werkelijke rendement toch hoger uitvalt dan het forfaitaire rendement. Deze berekeningen zijn maatwerk. De verwachting is dat er een formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) komt ter ondersteuning van de berekening en als onderbouwing bij een eventueel bezwaar.  Voor de jaren 2023 zal eenzelfde formulier komen en op termijn zal het in de aangiftesoftware verwerkt worden.

Wat (nu) te doen?

Het ministerie van Financiën bestudeert de komende weken de uitspraak van de Hoge Raad. Een uiteindelijke beslissing wordt in de loop van dit jaar verwacht. Daarnaast zullen de nodige formulieren/opgaven beschikbaar komen.

De huidige verwachting is:

  • Voor degene die bezwaar hebben gemaakt voor 2017-2020, en rechtsherstel hebben gekregen, komt er mogelijk een optie om te laten belasten tegen werkelijk rendement indien dit voordeliger is dan rechtsherstel.
  • Voor de aanslagen 2017-2022 die zijn opgelegd na 24-12-2021 was de keuze tussen wettelijke stelstel en rechtsherstel, hier wordt de optie werkelijk rendement mogelijk aan toegevoegd.
  • Voor de aanslagen vanaf 2023 geldt de overbruggingswet, hier komt mogelijk de optie “belasting op basis van werkelijk rendement” bij.

Over “de weg” naar een belasting op basis van werkelijk rendement is nog weinig bekend. Dus of en hoe bezwaar gemaakt kan worden (op recente aanslagen) en over de mogelijkheden tot ambtshalve vermindering (op oudere aanslagen). In de loop der tijd periode zal hier meer duidelijkheid over komen. Krijgt u de komende tijd een aanslag met daarin box-3 belasting waarbij u verwacht dat het werkelijke rendement van uw box 3 vermogen lager is dan het forfaitaire rendement? Neem dan contact met ons op.

Bovenstaande is gebaseerd op informatie zoals bekend op 7 juni 2024. Informatie kan snel achterhaald zijn, houd de media en onze website/LinkedIn dus goed in de gaten. 

Menu